Hans Hinkamp

predikant, streektaal, zoeker

Goor

Kan iets tegelijk mooi én goor zijn? Ja, wel degelijk. Het woord ‘goor’ staat niet alleen voor iets dat vies is. Het is ook de benaming voor ‘laag gelegen moerassig land’. Zoals het Grote Goor (tussen Bredevoort en Corle) en het Aaltens Goor (tussen Lichtenvoorde en Aalten). Van oudsher is het een arm en kaal gebied. Maar onlangs kwam er onverwacht opvallend kleur in het Aaltens Goor: flamingo’s in het Goor.

Afgelopen zondagavond nam ik er een kijkje. Ik had geluk: twee flamingo’s liepen op hun gemakje door het ondiepe water te waden en te eten. Twee kleurrijke verschijningen, die het verwaterde land opfleuren. Twee exotische vogels als een mooie aanvulling op de oer-Hollandse kievit, wulp en grutto. Maakt het wat uit dat het geen inheemse vogels zijn? Nee dus. Iedereen (en dat waren redelijk wat mensen!) leek er van te genieten.

Bij het zien van de vogels kwam bij mij de vraag op: zou het niet mooi zijn als we als maatschappij niet ook wat meer oog zouden hebben voor de wat meer kleurrijke vogels in onze wereld? Dat kunnen mensen zijn uit andere landen. Maar ook mensen die soms betiteld worden als ‘vreemde vogels’. Zoals Jezus omging met (oog en oor had voor) mensen van allerlei rangen en standen, eigenheimers én buitenstaanders, zó zou het ook kerken niet misstaan om kleur te bekennen en op te komen voor een kleurrijke kerk.

Zou het niet mooi zijn: een kerk waar mensen, ongeacht, kleur, ras of geaardheid, zich volledig thuis kunnen voelen? Een beetje zoals flamingo’s in de Goor. Als Johanneskerk doen we daar in ieder geval ons best voor. Omdat we geloven dat iedereen gezien en gehoord mag worden. Je zou het een droom kunnen noemen: een kerk waar ruimte is voor flamingo’s, kerkuilen maar ook de grijze muisjes van onze wereld. Lang geleden gaf de profeet Jesaja al stem aan deze gedachten. Alleen gebruikte hij wat andere woorden en beelden.

Verder Bericht

© 2021 Hans Hinkamp

Thema door Anders Norén