Van een kerkelijk feest is steeds minder sprake. Eerlijk gezegd schenken we er in de Johanneskerk vrij weinig aandacht. Want eigenlijk gebeurt er niet zoveel. In het kort: het wordt tijd voor de leerlingen van Jezus om op eigen benen te staan. Hij heeft ze nu lang genoeg de weg gewezen. Jezus wordt dan opgenomen in een wolk. Dat mag je, als geloofstaal, zien als een beeld voor de hemel. Dat Hemelvaartsdag een kerkelijke feestdag is geworden is ingesteld door de kerk van de eerste eeuwen. Maar inmiddels heeft Hemelvaartsdag, als vrije dag, allerlei invullingen gekregen. Zoals dauwtrappen, festivals, of de dweilorkestendag in Groenlo. Doen we dan in de Johanneskerk niets meer aan Hemelvaartsdag? Toch wel. Meestal is er wel kort aandacht voor. Afgelopen zondag was dit met een knipoog, door een bezinningstekst over ‘hemelvaart’, als stof tot nadenken.
Zo’n 700 jaar geleden lag een groot leraar, rabbi Ben Elazar, hoogbejaard en overladen met eerbewijzen, op sterven. Zijn leerlingen vroegen hem of hij bang was om te sterven. “Ja”, zei hij, “ik ben bang om mijn schepper tegemoet te gaan.” “Maar hoe is dat mogelijk? U hebt zo’n voorbeeldig leven geleid. Zoals Mozes hebt u ons uit de woestijn van de onwetendheid geleid. Zoals Salomo hebt u wijze oordelen over ons geveld.” Rabbi Ben Elazar antwoordde: “Als ik voor mijn Schepper sta, zal Hij niet vragen: ‘Ben je Mozes geweest of ben je Salomo geweest?’ Hij zal vragen: ‘Ben je Ben Elazar geweest?'”
Zomaar een tekst ter bezinning: over jezelf zijn en jezelf mogen zijn. Dat vinden we belangrijk als Johanneskerk. Iedereen is dan ook welkom.